5.11.16

Alkman

Een fragment van Alkman, de Griekse lyrische dichter uit de zevende eeuw voor Christus. Gevolgd door de Nederlandse vertaling van Paul Claes.

Εὕδουσι δʹ ὀρέων κορυφαί τε καὶ φάραγγες
πρώονές τε καὶ χαράδραι
φῦλά τʹ ἑρπέτʹ ὅσα τρέφει μέλαινα γαῖα
θῆρές τʹ ὀρεσκῴοι καὶ γένος μελισσᾶν
καὶ κνώδαλʹ ἐν βένθεσσι πορφυρέας ἁλός·
εὕδουσι δʹ οἰωνῶν φῦλα τανυπτερύγων. 


Nu slapen de bergtoppen en de ravijnen,
de kapen en de kloven,
al wat kruipt op de donkere aarde,
het wild in de bergen en de bijenzwermen,
het gedierte in de diepten van de brandende zee.
Nu slapen alle vogels met wijde wiekslag.

4.11.16

Friedrich von Logau

Friedrich von Logau was een 17e-eeuwse duitse dichter van verarmde adel. Hij heeft meer dan drieduizend epigrammen geschreven ("Sinngedichte" noemde hij ze) waaronder het volgende over wat afgedankte soldaten uit de oorlog meebrengen. Het is uit de tijd dat Duitsland te lijden had onder de Dertigjarige Oorlog.

Abgedankte Soldaten

Würmer im Gewissen,
Kleider wohl zerrissen,
wohlbenarbte Leiber,
wohlgebrauchte Weiber,
ungewisse Kinder,
weder Pferd noch Rinder,
nimmer Brot im Sacke,
nimmer Geld im Packe
haben mitgenummen,
die vom Kriege kummen.
Wer dann hat die Beute?
Eitel fremde Leute.

Gilgamesj

Een beeld van de kortstondigheid van het menselijk leven, uit het Gilgamesj-epos, de standaardversie (ong. 1100 voor Christus), tablet X, regels 313-315.
In de vertaling van Herman Vanstiphout:

Een libelle zweeft over het water;
Haar aanschijn weerspiegelt even de zon —
En dan is er plotseling niets meer.

26.8.05

Le Préambule des innombrables

Site over zestiende-eeuwse franse poëzie: Peletier, Philieul, Des Autels, Gadou, La Taille, Du Tronchet, Le Loyer en vele andere, hier nauwelijks bekende dichters. Een Fundgrube!

http://www.preambule.net/

30.5.05

Nox Oculis

Een mooie collectie "L'astronomie et la poésie":
http://pages.infinit.net/noxoculi/poesie.html
Honderden gedichten in het Frans en het Engels.

2.5.05

What is this life

Gisteren heb ik op de boekenmarkt in Middelburg o.a. Yeats' Oxford Book of Modern Verse, 1892-1935, gekocht.
Daarin vond ik een gedicht van William Henry Davies, waarom ik zo'n vijftig jaar geleden enorm moest lachen wanneer onze lerares Engels (de Miss geheten) het op gedragen toon voorlas, wat ze in mijn herinnering vrij vaak deed.

Leisure

What is this life if, full of care,
We have no time to stand and stare.

No time to stand beneath the boughs
And stare as long as sheep or cows.

No time to see, when woods we pass,
Where squirrels hide their nuts in grass.

No time to see, in broad daylight,
Streams full of stars, like skies at night.

No time to turn at Beauty's glance,
And watch her feet, how they can dance.

No time to wait till her mouth can
Enrich that smile her eyes began.

A poor life this if, full of care,
We have no time to stand and stare.

13.4.05

Kopland

Gisteren werd Rutger Kopland in de Zeeuwse Bibliotheek geïnterviewd. Hij las bij die gelegenheid heel wat gedichten voor. Verreweg het beste was:

Aan het roer dien avond stond het hart
en scheepte maan en bossen bij zich in
en zeilend over spiegeling
van al wat het geleden had
voer het met wind en schemering
om boeg en tuig voorbij de laatste stad.